De bezitters van de Beitel of Neudeclaesgoed in Bijsteren te Putten

De bezitters van de Beitel of Neudeclaesgoed in Bijsteren te Putten

Inleiding
Ten zuidoosten van Huis Bijstein in Bijsteren ligt de boerderij ‘de Beitel’. De huidige Beitelweg ontleent haar naam aan een voorganger van deze boerderij op nummer 7
i. De Beitel heeft zoals we zullen zien een rijke historie. Op de kadasterkaart van 1832 is de locatie van het oude goed te zien. Huis en erf hebben het kadastrale nummer 291. De bijbehorende percelen bouwland, hakhout, boomgaard, tuin, heide en dennenbos (nr. 287-293 en 340-349) worden duidelijk zichtbaar op de door Jan van de Kraats ingekleurde kadastrale kaart (zie fig. 1).ii Zoals elke oude boerderij in Bijsteren en Halvinkhuizen had de Beitel daarnaast ook percelen bouwland in de Puttereng en hooiland in de Arkemheen. In 1829 bestaat dit goed uit een huis en erf met schuur, schaapschot, hooiberg, varkenshok en onderhorige bouw-, weide- en driestlanden met de daarop staande bomen en houtgewassen. Het beslaat dan in totaal 8 bunders, 51 roeden en 60 ellen.iii

1832

Figuur 1. Detail van ingekleurde kadaster kaart Beisteren 1832 met het goed de Beitel.

De eerste decennia van de 19de eeuw brengen grote veranderingen in het landschap van Putten. Kunnen we op de kadasterkaart van 1832 nog de contouren herkennen van een eeuwenoude verdeling van de gronden rond de boerderijen met de omliggende heide, al snel daarna verandert de kaart.
Al in 1833 verkopen de eigenaren van de Beitel hun percelen in de Puttereng die bij dit goed horen aan Jan Harmelink, wever in Putten.
iv Het gaat daarbij om een drietal percelen: een stuk bouw en driestland groot 1 bunder, 20 roeden en 63 ellen, een stuk zaailand van 28 roeden en 36 ellen en nog een stuk zaailand van 14 roeden en 18 ellen. In totaal 1 bunder 63 roeden 17 ellen. Wanneer we dit totaal aftrekken van de bovengenoemde 8½ bunders lagen er dus direct om het erf de Beitel ongeveer 7 bunders land.
In 1843 wordt het ‘Bijstersche broek’ verdeeld onder de bouwhoven in Bijsteren die vanouds recht hebben op het schapen drijven en plaggen steken op de heide in dit broek. Tot die oude erven behoren voor een vierde deel de bouwhof de Beitel en eveneens ieder voor een vierde deel het Ozijken/Osekengoed en het goed ‘Ten Hoven’ of ‘Voor het Hek’ (later bekend als ‘de Oude Deel’, nu als rijschool Roordink), beide iets ten noorden van de Beitel gelegen. Voor een achtste deel de bouwhof ‘de Kraak’, voor een zestiende deel Kluppels- of Davelaarsgoed en voor nog een zestiende deel Pepersgoed (zie fig. 1). Zij verdelen de kadastrale nummers 281, 282, 287, 289, 357, 358, 360, 363bis, 374, 375, 377, 379, 382-386 van sectie L (Beisteren) en 236 en 237 van sectie M (Halvinkhuizen). Zoals op de kaart te zien is grensde dit heidegebied direct aan de zuidzijde van de Beitel. Deze percelen zijn dan nog vrijwel onontgonnen, maar ‘vatbaar voor meerdere ontginning’.
v Hieruit blijkt dus dat de Beitel een goed is van oude datum.

Pachters
In 1816 blijkt Bessel Hendriksen pachter te zijn van het erf de Beitel. In die tijd heeft het huisnummer 345. Op dat zelfde nummer overlijdt in 1813 zijn vader Hendrik Besselsen. Beide voeren zij de achternaam ‘van de Bijtel’. Wat logisch lijkt, maar deze achternaam blijkt niet afgeleid te zijn van het erf de Beitel in Beisteren, maar van een gelijknamig erf in Diermen. Tussen 1759 en 1766 verwerft vader Hendrik Besselsen, die toen in Diermen woonde, van zijn zes broers en zusters geleidelijk aan hun 1/7 deel van het goed de Beitel in Diermen. Dit goed was onder de zeven nog in leven zijnde kinderen verdeeld toen hun ouders, Bessel Henderickze en Metje Janze, rond 1749 overleden waren. Hendrik Bessels gaat door met zijn aankopen totdat hij 6/7 deel van dit erf in bezit heeft. Ondertussen heeft hij de nodige schulden gemaakt bij Jan van Staver(d)en aan wie hij dit 6/7 deel samen met zijn broer Wouter Besselsen, die nog het laatste zevende deel bezit, verkoopt.
vi Zijn zoon Bessel Hendriksen wordt pachter op Nulde Klaasgoed in Beisteren. Mogelijk is Bessels vader daar ook nog pachter geweest, omdat hij zoals gezegd op nr. 345 overlijdt. Hoe dan ook vader en zoon brachten dus de naam ‘van de Bijtel’ naar Beisteren. De naam van het oude Nulde Klaas of Neudeclaesgoed veranderde in ‘de Beitel’.

Eigenaren
Uit de kadastrale gegevens bij de kadasterkaart van 1832 wordt als eigenaar van de bovengenoemde percelen van het erf de Beitel in Beisteren vermeld ‘Geertje van Diest’. Dit leidt aanvankelijk tot enige verwarring omdat in alle akten verleden voor de notarissen in Nijkerk en Putten ‘Geertje Vliek’ als eigenaar wordt genoemd. Deze verwarring lost snel op wanneer duidelijk wordt dat Geertje een dochter is van Gerrit Elbertsen Vliek en Jannetje Elberts Wakker, die op 19 april 1778 in de kerk van Putten trouwden. Geertje wordt te Putten geboren op 24 mei 1786 en haar vader overlijdt daar al een jaar later op 19 april 1787. Haar moeder Jannetje hertrouwt een jaar later op 5 oktober 1788 met Willem Hendriksen van Diest. Geertje zal dus in het dorp een ‘van Diest’ genoemd zijn, terwijl zij officieel een ‘Vliek’ was. Geertje Gerrits Vliek trouwde op 2 december 1827 te Putten met Geurt Willemsen Woudenberg. Zij trouwen in gemeenschap van goederen en laten bij notaris Colenbrander in Nijkerk vastleggen wat zij in dit huwelijk inbrengen. Geurt brengt 500 gulden aan geld en 200 gulden aan kleding, goud en zilverwerk. Geertje brengt behalve een stoel in de kerk van de Hervormde Gemeente veel onroerend goed, geld, kleding en zilverwerk in. Onder de onroerende goederen bevindt zich ook het ‘Nuldeklaasgoed dat ook wel de Beitel wordt genoemd’. Geertje had dit goed van haar moeder Jannetje Elbertsen Wakker geërfd na loting met haar zuster. Geurt werkte in 1827 als bouwknecht bij deze zuster van Geertje, Aartje Gerrits Vliek, weduwe van Willem Nuijen van Dasselaar. Geertje en Aartje woonden samen op het erf Oudenhoven in Nulde. Dat Geurt meer was dan een bouwknecht die met de niet onbemiddelde Geertje trouwde blijkt uit onderstaand schema van verwantschap van Geertje (fig. 2).

schema Beitel

Figuur 2. Schema van verwantschap van Geertje Gerrits Vliek 1786-1861.

Vroegere bezitters en hun verplichtingen
Geertje Gerrits Vliek erfde Nuldeklaasgoed dus van haar moeder Jannetjen Elberts. Jannetje kwam in het bezit van dit goed als gevolg van een magescheid uit 1788. De kelner van de Kelnarij van Putten, beheerder van de goederen van het klooster Abdinkhof te Paderborn, had daarvoor toestemming gegeven. Nuldeklaasgoed of beter Neudeclaasgoed was vóór 1811 een volschuldig hofhorig abtsgoed van dit klooster. De eigenaar van dit goed was dus het klooster en de voorouders van Jannetje waren de levenslange bezitters van dit goed zolang zij aan alle (financiële) verplichtingen voldeden. Tot de verplichtingen behoorden o.a. betaling van de keur (het beste stuk uit de nalatenschap van de bezitter of de waarde daarvan), de hoofdtins (jaarlijkse belasting), stedigheden (de 3
e of 4e garve van de opbrengst van de oogst), betaling van de zes jaarlijkse oprukking (telkens zes jaar uitstel om horig te worden, zoals elke bezitter verplicht was te doen, naar de natuur van dit goed), betaling van de investituur (erkenning als bezitter van het goed) en diverse hand- en spandiensten voor de Kelnarij in Putten. De voorouders van Jannetje hadden dit abtsgoed in 1628 verworven door aankoop van de ene helft van dit goed van Reijner Petersen en de andere helft van Brandt Ellersen. In feite ging het niet om een compleet goed maar om bij elkaar 11/12 van dit goed. Het resterende 1/12 deel was eerder, in 1604, meegegeven aan het Weeshuis te Harderwijk, waar twee weeskinderen van een vroegere medebezitter van dit goed werden opgenomen. Met de inkomsten uit dit 1/12 deel konden de uitgaven voor de weeskinderen bekostigd worden. In onderstaande tabel zijn de opeenvolgende bezitters van Neudeclaasgoed opgenomen (zie tabel 1).vii

Periode Bezitters van Neudeclaesgoed door
1628-1652 Echtpaar Melis Jansz Wijncoop en Mettyen Everts Aankoop van beide helften van het goed
1652-1662 Kinderen van dit echtpaar Vererving ouders op kinderen
1662-1665 Echtpaar Jan Melissen Wijncoop en Aeltjen Bartsen Verdeling erfenis tussen kinderen
1666-1678 Aeltjen Bartsen Als getuchtigde van haar overleden man
1678-1698 Melis Jansen Wijncoop, ongehuwde zoon Vererving moeder op zoon
1698-1705 Kill Wilmsen namens zijn vrouw Metje Jansen Wijncoop, zuster van Melis Jansen Wijncoop Vererving broer op zuster
1707-1740 Echtpaar Jan Killen en Marretien Aerts van den Hee Vererving ouders op oudste zoon
1741-1781 Echtpaar Elbert Wijniken Wakker en Geertje Jans van Wijncoop Vererving ouders op dochter
1781-1788 Kinderen van dit echtpaar Vererving ouders op kinderen
1788-1819 Echtpaar Willem Hendriksen van Diest en Jannetje Elbertsen Wakker Verdeling erfenis tussen kinderen

Tabel 1. De voorouders van Jannetje Elbertsen Wakker die achtereenvolgens Neudeclaasgoed hebben bezeten.

In 1650 geeft de verponding in Halvinkuizen en Bijsteren nog eens inzicht in de omvang en aard van de verplichtingen van Neudeclaasgoed. Zoals uit bovenstaande tabel al blijkt is Melis Jans dan bezitter en gebruiker. Het goed bestaat uit een huis en hof van 1½ spint, 5½ molder zaailand (3,3 ha), waarvan 6 schepel op de 4e garve en de rest op den 3e garve (d.w.z. hij betaalt met respectievelijk 25 tot 33% van de opbrengst van de oogst). Op het goed zijn 3 paarden en 3 koeien aanwezig. De getaxeerde pachtwaarde van het geheel wordt bepaald op 52 gulden, 6 stuivers, 0 penningen (52-6-0). De fiscale pachtwaarde wordt na 8% aftrek bepaald op 48-2-3. Verder van waarde is een kleine hoeveelheid heggenhout (houtwal). Op het goed rusten een aantal lasten: aan de Graaf van Bentheim 9-2-0 aan herengeld, 0-13-0 aan de Rentmeester van Veluwe, 1-0-0 aan rijsvoeder aan de Rentmeester, 1 mud aan de kelner voor stedigheid. Daarnaast heeft Melis Jans nog 1 schepel op de 3e garve waarvoor hij belast wordt met 2-0-0.viii

In 1681 betaalt het Neudeclaasgoed aan de Kelnarij de Halvinkhuijser thiend voor de akkers op de Grote Enck bij het huis, en voor akkers in de Vlasstroet en achter Poepenburg in de Puttereng.

Nog verder terug
In tabel 2 zijn de bezitters van Neudeclaesgoed op een rij gezet van enkele jaren voor 1455 tot 1628. Het goed ontleent zijn naam aan de oudst bekende bezitter Neude Claes. In die tijd was het goed nog een zogenaamd proostgoed en behoorde het aan het St. Ludgerus klooster te Werden aan de Roer in Duitsland. In 1559 verwierf de abdij van Paderborn al de goederen op de Veluwe van het klooster te Werden. Sindsdien is Neudeclaesgoed een abtsgoed.

Periode Bezitters van Neudeclaesgoed door
v1455 Neude Claas bezitter proostgoed
1455 Echtpaar Arnt van der Stege en Aelheit Neuden Vererving vader op dochter
-1523 Kinderen en kleinkinderen van echtpaar Bardt Steffensen en Hebel Neuden: Gerrit Wilhemsen getrouwd met Steffentgen Bartsen en zijn kinderen Johan Henrixen getrouwd met Hebel Gerritsen en Metgen Geritsen Vererving van vrouw op haar zusters kinderen en kleinkinderen
1523-1560 Echtpaar Aelt Gerritsen en Griete Melis, dochter van Melys Dirck en Lubbertchen Bardt Verkoop aan nicht
1560-1569 Griete Melys weduwe van Aelt Gerritsen Vererving man op zijn vrouw
1569 Echtpaar Henrick Elberts en Griete Aelts Vererving vader op dochter met haar tweede man
1575 Kinderen van Andries Cornelissen en Elysabeth Aelts een aandeel in dit goed Vererving van vrouw op haar zusters kinderen
1577 Claes Casijns van Diermen zoon van Griete Aelts en haar eerste man Casijn van Diermen Vererving moeder op oudste zoon
1604 Weeskinderen Wolter en Aelt Cornelissen van Cornelis Andriessen en Mari Wolters krijgen 1/12 deel van dit goed mee Vererving van medebezitter op zijn kleinkinderen
1611-1628 Echtpaar Peter Reijners en Meinsje Hendricks dochter van Henrick Elberts en Griete Aelts van ½ goed Vererving van moeder op dochter
1611-1628 Brant Elbertsen zoon van Aeltgen van ½ goed

Tabel 2. Bezitters van Neudeclaesgoed tussen 1455-1628.

In 1523 wordt het proostgoed Neudeclaesgoed omschreven als volgt: “Neudeclaesgoett tot Halvinckhuijsen met alle sijnen toebehoren gelegen in Putterenck, ook op Halvinckhuijserbroick een hove, mede in Arcameda een camp geheten Wou(d)scamp omtrent vier mergen groott, noch eenen mergen gelegen achter Kluppelserff, noch 1 morgen in Arcameda. Item desselfs twee ro(e)den, noch eenen morgen geheten idt Voorste Slagh.”ix Woudskamp was in twee delen op gesplitst van 2 morgen. In 1642 was een deel aan Henrick Elberts meegegeven na zijn verloren proces tegen Melis Jansen Wyncop over het bezit van Neudeclaesgoed. Het andere deel was buiten het zicht van de Kelnarij verkocht. Neudeclaesgoed lijkt dus door de eeuwen heen tot het begin van de 19e eeuw min of meer van de zelfde omvang te zijn gebleven.

Zie voor meer details over de bezitters en hun genealogie:

Met dank aan Jan van de Kraats voor het verstrekken van enkele gegevens.

Dit artikel is verschenen in De Graver, maart 2018, Uitgave van de Stichting Historisch Genootschap Putten.

i Klaas Friso en Antoon Klaassen, Gaandeweg, Straatnamen in Putten (2006).

ii J. van de Kraats, Putten op de kaart uit 1832, De Graver, sept. 2017, blz. 13.

iii Gelders archief, 0168 Notarissen, inv. nr. 1127, fol.106.

iv Gemeente archief te Putten, notaris Gunning, d.d. 18-9-1833.

v Gelders Archief, 0168 Notarissen, Nijkerk, inv. nr. 3864, scan 179.

vi Gelders Archief, 0203 ORA Veluwe en Veluwezoom, inv. nr. 863, Diermen, fol. 286.

vii Belangrijkste bron voor deze chronologische opsomming is: Gelders Archief, 0324 Kelnarij van Putten, inv. nr. 268.

viii Gelders Archief, 0008 Staten van het Kwartier van Veluwe en hun Gedeputeerden, inv. nr. 293 Verpondingskohier Putten 1650

ix Gelders Archief, 0324 Kelnarij van Putten 1152-1829, inv. nr. 132, Woudscamp 1.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s