Herengoed Oesekengoed of Wolter Dijcksgoed in Diermen te Putten

Herengoed (Wolter) Oesekengoed of Dijcksengoed in Diermen te Putten

Ligging Diermen te Putten.
Omschrijving 1624: herengoed bestaande uit huis, hof en 6 morgen land.
Lasten 1625: 1 rijsvoeder

Handelingen betreffende dit goed

Chronologie Handelingen
8-3-1616 Elisabeth vander Hell verkrijgt investituur en oprukking, als erfgename van haar broer en zuster Cosijn en joffer Mechtelt vander Hell. Bij magescheid in 1594 heeft  ieder de helft gekregen.
20-12-1621 Mathijs Rijck q.q. contra Arisken Collarts, wed. van Claes van Steenler, betreffende herengoed Wolter Dyx of Wolter Osykengoed onder Putten, buurschap Diermen ([GA CPH] inv. nr. 5085, proces 1621/17).
15-1-1623 Matthijs Rijck, sergeant en zijn vrouw Elisabeth van Hell verkrijgen oprukking en approbatie van een verpanding van 2½ mergen gelegen boven Diermen, die Killert Huigen heeft gekocht van Henrick van Hell.
15-1-1623 Gijsbert Killen en zijn vrouw Grietgen Wijnekes verkrijgen oprukking na transport door Matthijs Rijck, sergeant, en zijn vrouw Elisabeth van Hell van de helft van genoemd herengoed hetwelk tot een bijzondere zaalweer wordt gemaakt.
16-6-1624 Henrick van Nulde, enige zoon van Rijcket van Nulde, verkrijgt oprukking na transport. Elisabeth van Hell, vrouw van Matthijs Rijck, is bij sententie van 20 december 1620 veroordeeld om, als erfgenaam van Henrick van Hell, opdracht te doen van Oesekens goed ten behoeve van Rijckelt van Nulde, vader van Henrick van Nulde. Zij heeft dat niet gedaan. Op verzoek van Rijckelt werd in plaats van de opdracht de sententie geregistreerd door het Hof op 14 juni 1624. Henrick van Nulde krijgt, geassisteerd door Dr. Everhardt van Staverden, oprukking. Bij deze acte is een copie gevoegd van de sententie van 20 december 1621 en de acte van 14 juni 1624. Hieruit blijkt dat: het proces is gevoerd door Matthijs Rijck en zijn vrouw Elisabeth van Hel tegen Arisken (Andrea) Collert, vrouw van Rijcket van Nulde. Dit goed is als vrij tinsgoed verkocht terwijl het een herengoed is. Het goed wordt ook Wolter Dijcks goed of Wolter Oesekens goed genoemd.
ca. 1625 Rijsvoeders van Oeseken-, Wouter Osijken– of Wouter Dijcksgoed betaald tussen 1625-1667:
(Boven geschreven:) Ricolt Henrix van Nult geerft.
Henrick van Nulde quondam Arisgen van Steenler voor hen Henrick Henrix Ruijter cum suis bevoorens Casijn van Hell Gijsberts  gent. Osicken goet ofte Wouter Ricxs (=Dixs) goet j rijsvoder ([GA REK] inv. nr. 1488, fol. XXXIX).
ca. 1625 Rijsvoeders van Oesekengoed: betaald 1629-1654, de 11 april 1676 & decemb.  1677 door Reijn Rutgers beth[aelt] wegens sijn soon Gerrit Reijnders den overpander tot Petri 1667
(Boven geschreven:) Gijsbert Killen nempt vermogens acte vande Camer van dato den 15 januarij 1623 van Osicken ofte Wolter Dijcxs goet wijderen inholt oir accoort ende maechgescheit de regte helfte vurtz dat hij sal betaelen heeren geen geheel — J (1/2) rijsvoder
Rijsvoeders van Oesekengoed: betaald 1625-1637, den 21 martij 1657 de pander ontfangt 14 jaeren tot 1651, en ick 1652-1667
(Boven geschreven:) Everdt Gerrits gecoft.
Gijsbert Killen toe Dierumb quondam Dewss Wolterssen Collert voorhen Reiner van Oldenaller  — J (1/2) rijsvoder ([GA REK] inv. nr. 1488, fol 40).
26-11-1626 Henrick van Nulde verkrijgt consent voor het houwen van bomen.
7-4-1627 Gerrit Everts, Willem Everts, Janneken Everts en Nijsgen Gijsberts, beiden geassisteerd met hun broer Willem Everts, Goert Melis, als bestevader van de onmondige kinderen van zaliger Aerts Everts verkrijgen consent voor de verpanding aan Gerritken Peelen, weduwe van zaliger Cornelis Suick van 2½ morgen lands genaamd Honskamp met huis en hofstede daarop staande
15-4-1629 Ghijsbert Killen en zijn vrouw Grietgen Wijnekes verkrijgen oprukking.
29-6-1630 Henrick van Nulde verkrijgt oprukking.
6-11-1630 Gijsbert Killen verkrijgt consent voor de verpanding aan Jacob van Tijlen van een stuk land genaamd Gouwenkamp.
7-3-1633 Gerrit Everts, mede als momber van de kinderen van zijn overleden broer Henrick en zuster Jannitgen Evertss, verkrijgt consent voor de verlenging van een verpanding aan Gerritken Peelen, weduwe van Cornelis Zuijck, van 2½ morgen land genaamd Honscamp met huis en hofstede, zijnde een dependent van het herengoed.
29-3-1634 Henrick van Nulde Rijcksz contra Gijsbert Killen, betreffende het vrij herengoed onder Putten. Wolter Dycks of Osikengoed te Diermen ([GA CPH] inv. nr. 5137, poces 1634/10).
23-2-1635 Henrick van Nulde contra Marritgen Aertsen. wed. H. Jansz. bertreffende het herengoed Wolter Dijcksgoed of Osikengoed genaamd, te Diermen, kerspel Putten ([GA CPH] inv. nr. 5145, proces 1635/8).
7-8-1635 Jan en Lubbert Gerrits, gebroeders, verkrijgen approbatie van de verpanding aan hun neef Henrick Henricksen Ruijter van een morgen land genaamd Ganseweij.
16-1-1636 Rijckelt van Nulde, onmondig, verkrijgt investituur en oprukking, als erfgenaam van zijn vader Henrick van Nulde.
3-5-1652 Rijckelt van Nulde verkrijgt oprukking.
6-5-1658 Rijckelt van Nulde verkrijgt oprukking.
23-5-1664 Rijckelt van Nulde verkrijgt oprukking.
20-2-1671 Rijckelt van Nulde verkrijgt oprukking.
2-3-1688 Aleijda van Nulde verkrijgt investituur en oprukking, als erfgename van haar vader Rijckholt van Nulde.
26-3-1688 Aleijde van Nulde verkrijgt consent om hout te hakken.
5-1-1690 Kill Willemsen verkrijgt transport na overdracht door Jan, Claes en Steven Ham, en Aert Pelen van Slichtenhorst en hun huisvrouwen van het recht op pandschap van 2½ morgen land genaamd den Hontscamp, met huis, berg en schuur, dat zij geërfd hebben van Cornelis Jansen Zuijck en zijn vrouw Aeltien Hammen.
14-7-1696 Aleijda van Nulde verkrijgt oprukking.
24-8-1698 Maria Wobina Wolffsen verkrijgt investituur en oprukking, als erfgename van haar tante Alijda van Nulde.
29-7-1710 Oprukking.
24-12-1750 Wij hier onder benoemde en getekende magescheits vrienden hiertoe specialijk versogt, doen kond en sertiviseeren, dat wij een vriendelijk, erflijk en onverbrekelijk erf magescheid hebben beraamt gedeedigt en gesloten tussen Pilgrom Derck Wolfsen luijtenant van de cavallarij in dienst van den staat der Verenigde Nederlanden, Arnolda Wolfsen geassisteerd met haaren bruijdegom Willem Botter Heurdt, der regten doctor, mr. Heribert van Westerveld, burgemeester der stad Harderwijk en curator van de Provinciale Academie aldaar, en mr. Johan Schrassert secretaris van welgemelde stad als bij heeren van de magistraad genomineerde vooghden, nevens den eerst genoemde condivident van Henderick Gijsbert Wolfsen en Johanna Aleida Wolfsen, zijnde de principaale convidenten te samen kinderen en erfgenamenvan weijlen de heer Arnold Richard Wolfsen, in leven oud burgemeester van Harderwijk, en vrouwe Johanna van Dompseler echteluijden, ende sulks over de alinge nalaatenschap en boedel van de condivitenten ouderen voornoemt, in volgenderwijse. Na dat den gereden boedel ten deele verdilt, ten deele ten gelde gemaakt, ende daar van bij een ijder sijn portie getrokken ware geworden.
Zijn aan Pilgrom Derck Wolfsen als oudste soon voortreckt (verstreckt) sijner primo geniture aan de leen heeren abtsgoederen, in den boedel gevonden werdende, competerende uijt den alinge nalatingschap geassigneert en vooruijtgegeven, gelijk ook den delven (selven) daar voor tot sijn genoegen en tot voldoeninge sijner primo geniture bekent ontfangen te hebben de volgende goederen: de saelwehr en landerijen van en onder het erve en heerengoed Osekengoed genaamt, in den ampte van Putten buurschap Diermen geleegen, een en een half morgen mehenland gelegen onder Nijkerk de Luijse maate genaamt met twee mudde rogge jaarlijks gaande uijt ’t goed van do Philippus Wentholt zijnde leengoed onder den huijse Oldenaller, een en een halve deilinge houts in het Speulderbosch, ende een hofje onder Harderwijk aan ’t Raamtje gelegen vervolgens zijn van alle des boedels overige goederen (van wat nature die ook mogten zijn) gemaakt vier bijsondere loten, geschikt na de priseringe, waar op deselve bevorens door onpartijdige getaxsaturs in de respective districten getaxseert waren geworden. Namentlijk1 lot

1 erve in Hierden, onder Harderwijk Overkamp genaamt 10200-0-0
Groote kamp bij Grevenhof 600-0-0
Bijltje en ’t houtgewasch 400-0-0
Messemakersland 600-0-0
½ schepel van Rijket Reijersen 50-0-0
11850-0-0

van de voorstaande latus

Postland  450-0-0
Snippendaal en Soomakker 400-0-0
Holscamp 750-0-0
akker daar agter 900-0-0
Spaansche Paard 750-0-0
2 mergen mehenlands Bentinks Polletje 900-0-0
2 mergen de Koekencamp 900-0-0
50 boomen in de Gorteler bosch 650-0-0
Hoeve op Reijbroek 900-0-0
17808-0-0
     keert uijt 84-15-0
     dus bleijft 17723-5-0

2 lot

’t erve de Horst tot Epe 7150-0-0
50 boomen in de Gorteler bosch 650-0-0
Elsakkers thiend in Dornspijck onder Elburgh 1000-0-0
8 gresch bij Elburgh 766-0-0
’t Hulshorster lantje met een paar tinshoenderen 50-0-0
Huijs en schuur binnen Harderwijk 3100-0-0
2 huijsjes daar agter 300-0-0
Hof in de touwbaan 500-0-0
3 morgen de Beeklam onder Putten 1400-0-0
3½ mergen de Paalkamp 1600-0-0
Camp aan de Weijsteeg onder Harderwijk 1100-0-0
2 mergen veenlant 50-0-0
17666-0-0
     krijgt toe vant 1ste lot 57-5-0
     dus maakt 17723-5-0

3 lot

3 kampen aende molenkolk onder Barneveld 1750-0-0
’t Erve Bitterschooten onder Barneveld 3400-0-0
’t Erve Pepersgoed onder Barneveld, ten deele leengoed 8000-0-0
’t Erve Zuijdtwijk onder Putten 1900-0-0
3½ morgen de Fraaterscamp, onder Nijkerk 1400-0-0
2 mergen het Nieuwe land onder Putten 600-0-0
31¼ boomen in de Gorteler bosch 406-0-0
Smalle tiend uijt Kleijn Hell onder Putten 150-0-0
’t hofje in Huijnen en ¼ in ’t Huijnderbroek 125-0-0
    keert uijt 17731-0-0
7-15-0
    dus bleijft 17723-5-0

4 lot

⅓ in ’t erve Zeggelaar onder Ede 2000-0-0
’t Erfje Klein Telgt onder Ermelo 1992-0-0
’t Erve Krommenhorst en Haterbosch onder Nijkerk 2500-0-0
Huis tot Nijkerk 2000-0-0
1½ hoef op Rijbroek 130-0-0
1½ mergen de Roemer onder Nijkerk 900-0-0
2 mergen de Kuijlen 200-0-0
⅓in 2 mergen ’t Suijker campje 175-0-0
5 schepels in de Putter Enck 225-0-0
’t Erve Gerverden, onder Putten absgoed 5300-0-0
Klemmeken of Domme camp onder Ermel 1600-0-0
17688-0-0
       komt bij van ‘t eerste lot 27-0-0
       en van ’t derde lot     7-15-0 35-5-0
               dus maakt 17723-5-0

over welke voorstaande vier looten het blinde lot getrokken sijnde toegevallen het eerste lot aan Henderick Gijsbert Wolfsen, tweede lot aan Johanna Aleida Wolfsen, derde lot aan Pilgrim Derck Wolfsen, vierde lot aan Arnolda Wolfsen welke eenen ijderen aangedeijlde goederen van nu af zullen zijn en blijven tot schaade en baate van de respective lot genooten, zullende de verpondinge ad 1749 en extra ord. 1750 en voorts alle ander reële lasten over 1750 incluis uijt ’t gemeen gesuijvert ende de pagten over den jaare 1750 in het gemeen geprofiteert worden. Cederende en transporterende dien volgens de condividenten de eene d’andere hunne aangedeelde goederen en perceelen in eenen erflijken en stedigen eijgendom met belofte van deselve te zullen wagten en wahren nu en namaals als erfmagescheits regt is na de nature der goederen. Blijvende de kosten op de approbatie en eerste beleeninge ten respecte der onvrije goederen tot gemeine lasten gelijk mede tot gemeine lasten bleijven de de uijtschulden op den boedel zijnde tegens het gemeijne profijt der inschulden waarvan de invorderinge en voldoeninge met gemeijn concert aan een volmagtiger zal werden  gedemandiert, die daar van tot gemein genoegen rekening en relijqua zal moeten doen, waar na de verdere vereffinge van dien tusschen de condividenten alsdan zal komen te volgen. Blijvende voor als nog mede nog gemein en onverdeilt de goederen van der condividenten oud oom de heer Ernst van Dompseler in leven oudscholtis van Brummen die nog bij des selfs weduwe werkelijk in tugt werden beseten. Zoo als ook de jaarlijkse seven en vijftig guldens, welke deselve weduwe volgens accoord wegens Pepersgoed (na aan de heer Pilgrom Derck Wolfsen in het 3e lot toegedeelt) haar leven lang moet trekken blijven tot gemeine lasten. Zoo als insgelijks gemein en onverdeilt blijven de goederen in Noort Holland gelegen uijt den boedel van Middagten geprovenieert en met des selfs erfgenaamen pro indiviso al nog beseten wordende. Item een een (2x) thinsje tot Nijkerk ende voorts all t geene sig nader mogt opdoen en bij dese verdeling mogte sijn vergeeten geweest. Waar mede bovengenoemde condition ten bekennen in alle vriendschap haaren ouderlijken boedel te hebben geschift, gescheiden en gedeilt, sonder dien aangaande ijts op elkanderen te prætenderen te houden, met belofte van het effect deser in alle goede trouwe te zullen nakoomen en aan een ijder te laaten geworden. Ten allen welken eijnde (nadat desen door de heeren van de magistraad der stad Harderwijk als over momber heeren van de twe minderjaarige ware geagreëert en geapprobeert) wij ondergeschrevene door de condividenten daar toe versogte magescheits vrinden en dedingsluijden ook soo veel nodig leenmannen van de respective leenkameren van desen furstendoms en graafschap den Huijse Oudenaller en St Marien ’t Utrecht, desen magescheitsbrieve waar van vier eensluidende zijn nevens de condividenten hebben getekent en gesegult in Harderwijk op den 24 decemb 1750 en was getekent met agt segels

A. v. Westervelt P.D. Wolfsen
Arnold Pronck Arnolda Wolfsen
W.W. Westervelt H. van Westervelt
N. Schrassert Johan Schrassert

geregistreert den 25 meert 1751

L. Staal onderscholtis  bij dispositie van G. van Diermen ([GA AKP] inv. nr. 863, Gerwerden, fol. 201v).

22-1-1751 Pilgrom Derck Wolfsen, luitenant van de cavalerie, verkrijgt investituur en oprukking na approbatie van een magescheid d.d. 24 december 1750 tussen hem en Hendrick Gijsbert en Johanna Aleijda Wolfsen over de erfenis van hun ouders Arnold Richard Wolfsen en Johanna van Dompseler, echtel., waarbij dit herengoed hem is toebedeeld.
18-1-1754 Pelgrom Derck Wolfsen, luitenant van de cavalerie,  verkrijgt oprukking.
14-6-1782 Mr. Henrick Gijsbert Wolfsen verkrijgt investituur en oprukking. als erfgenaam van zijn broer Pelgrom Derk Wolfsen.
29-11-1782 Lubbert Melissen en zijn vrouw Maria Rijmerts zijn schuldig aan Willem Campert en zijn erfgenamen een som van 1050 caroli guldens ad 20 stuivers hollands het stuk en beloven vanaf de eerste verschijnsdag op 5 november 1783 jaarlijks drie gulden en 10 stuivers van elke honderd gulden tot aan de finale aflossing te betalen. Als speciaal onderpand verbinden zij het erf en goed Osekensgoed, zijnde een zaalweer en heerengoed, bestaande in een huijs, twee tabaksschuren, (hooi)berg en verder getimmer, opgaand hout en houtgewassen, hof en hofstede en ongeveer negen en een half morgen aan tabak-, zaai- en weilanden, gelegen in de buurschap Diermen te Putten, zoals dit op 5 november 1782 door mr. H.G. Wolfsen is getransporteerd ([GA PROT] inv. nr. 864, fol. 221; scan 864-0206).
8-1-1783 Lubbert Melissen en zijn vrouw Maria Reijmerts verkrijgen investituur en oprukking na transport door Mr. Henrick Gijsbert Wolfsen.
8-1-1783 Lubbert Melissen en zijn vrouw Maria Reijmerts verkrijgen approbatie van een verband ten behoeve van Willem Campert.
18-2-1787 Lubbert Melissen en zijn vrouw Maria Reijniers verkrijgen oprukking.
Bron: [Hereng] dl. 2. nr. 235.

Terug naar: Herengoederen menu.
Laatst bijgewerkt: 27/07/14.
Copyright©OGR

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s